20 Jaar IPV
Voor haar 20 jarig bestaan organiseerde het Internationaal Perscentrum Vlaanderen een symposium onder het thema ‘Media in 2015′. Hieronder vindt u een verslag van onze mederwerker.
De kranten zullen tegen 2015 minder publiek trekken voor hun gedrukte versie dan voor hun website. De Standaard en Het Nieuwsblad bereiken dank zij hun websites nu al veel meer mensen. De grote vraag is: hoe gaan we geld verdienen aan de mensen die de krant op het internet lezen? Dit zei Peter Vandermeersch, de hoofdredacteur van de Corelio-kranten, op het symposium waarmee het Internationaal Perscentrum Vlaanderen zijn twintigste verjaardag vierde, onder het motto “Multimedia in 2015″.
Men blijkt niet bereid te betalen voor on-line nieuws, zo betoogde Vandermeersch in een debat over het thema “De rol van de consument in de multimediale wereld”. En de adverteerders willen niet zoveel betalen als voor reclame in de krant. De grote vraag is dus: hoe kunnen we in deze omstandigheden kwaliteitsjournalistiek nog betalend houden? Daar hebben we nog geen antwoord op. De Standaard en Het Nieuwsblad omarmen het internet en staan volledig on line. De uitdaging is hoe we dit geldelijk kunnen valoriseren.
Hans Soete van Indymedia bracht naar voren dat burgers nu mede het nieuws gaan maken. Er is nog veel amateuristisch gedoe bij, maar Indymedia is bezig mensen te leren hoe ze nieuws op internet moeten brengen.
Vandermeersch noemde deze burgerjournalistiek een goede aanvulling op de klassieke journalistiek, waardoor de traditionele journalisten van hun voetstuk worden gehaald. Er zijn tal van voorbeelden van burgerjournalistiek, die de journalisten zouden moeten aanzetten ttot bescheidenheid. Op een krantenredactie met goed opgeleide mensen worden toch nog veel fouten gemaakt.
Vandermeersch zei dat de Corelio-kranten de lezer centraal stellen, dat de lezer mede de inhoud van de kranten bepaalt en dat de enige goede graadmeter is: worden we gelezen? De hoofdredacteur, die onlangs werd gekozen tot “marketeer van het jaar”, verpakte dit in een boutade: “Een hoofdredacteur mag een marketeer zijn, maar een marketeer mag geen hoofdredacteur zijn”.
Het symposium in de Alfons Cockx-aula van de Plantijn-hogeschool was geopend door ereburgemeester Bob Cools, medestichter van het Antwerps Pershuis. Hij haalde herinneringen op uit de beginperiode van dit huis, toen “de stad nog een informatiedienst had”, die het Huis Roodenborch deelde met het Pershuis. Daarmee wees hij op de “bescheiden rol”, die het stadsbestuur had gespeeld bij de totstandkomong van het Pershuis. “Zo kunnen ook lokale overheden steun geven aan de vrije pers”.
Het eerste debat ging precies daarover: de rol van de overheid in de nieuwe media. Steve Paulussen van de Universiteit Gent stelde dat die rol zich moet beperken tot regulering en ondersteuning. Sterke inmening van de overheid is niet mogelijk en niet wenselijk. En de regulering blijft grotendeels beperkt tot de omroep.
Op de vraag van moderator Mark Morren of de Vlaamse overheid als regulator de nieuwe media aan kan, antwoordde Mark Andries, kabinetschef van mediaminister Geert Bourgeois, dat die nieuwe media het er niet gemakkelijker op maken. De regelgeving loop achter bij de nieuwe technologie, maar dan kan ook niet anders. Het nieuwe mediadecreet, dat in de maak is, zal ook geen tien jaar meegaan. De overheid heeft weinig greep op wat er op “de kabel” gebeurt, nog minder op het internet. Maar vooralsnog is de impact van de televisie nog beduidend groter dan die van het internet.
Het symposium werd bijgewoond door een vijftigtal belangstellenden, onder wie twee mede-oprichters van het Antwerps Pershuis, Raymond De Craecker en Jan De Winter.